De Kleine empaat
- Ine
- 22 sep 2018
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 3 feb
Wat zijn empatische kinderen? Of anders gezegd; wanneer kan je zeggen dat jouw kind een kleine empaat is?
Deze kinderen zijn zeker en vast hoogsensitief. Ze passen niet in het gewone schoolse systeem of hebben moeilijkheden om daarin te functioneren. Ze hebben het moeilijk met kind-vriendschappen. Ze worden gemakkelijk slachtoffer van pest gedrag. Ze hebben vaak stress gerelateerde klachten zoals buikpijn, hoofdpijn, moeilijkheden om te slapen. Ze hebben grote emoties; grote uitbarstingen van verdriet, boosheid, angst, … . Ze zijn vaak zorgend, ofwel naar hun ouders, de leerkracht, … of naar vriendjes toe. Ze hebben een groot rechtvaardigheidsgevoel. Ze komen wijzer over dan andere kinderen van hun leeftijd, maar ook minder weerbaar. Ze voelen zich anders. ...

Deze kinderen, die ik ook in mijn praktijk tegen kom, zijn mooie zielen. Ze hebben een mooi hart, leren heel snel om te reflecteren en willen ook graag antwoorden en hulpmiddelen krijgen.
Ze voelen zich anders dan de anderen en dat resulteert ook vaak in een bewuste of onbewuste afzondering of uitsluiting.
Ze zijn anders dan het doorsnee kind en ze maken ook een andere groei-evolutie door.
Deze kinderen komen vroeg in aanraking met levensvragen. Doordat ze ook vroeg te maken krijgen met stress om verschillende redenen.
Zo komen ze vaak bij mij terecht.
Het normaal of niet normaal zijn, is ook een thema dat deze kinderen erg bezig houdt. Ze beseffen goed genoeg dat ze als “anders” ervaren worden door de grote eenheidsworst die “normaal”genoemd wordt. Al kan ik hen ook geruststellen dat ze alles behalve alleen zijn.
Hoe kunnen we onze empatische kinderen dan helpen?
Ze zijn misschien anders, maar daarom niet minder dan anderen (en ook niet meer). Het is belangrijk dat ze dit weten.
Ze zijn wie ze zijn – in heel hun glorie – met alles wat erbij hoort. Het anders-zijn geeft moeilijkheden, maar ook krachten. Het is goed om te leren omgaan met beide.
Ze kunnen alleen maar hun best doen en dat is goed genoeg. Dat geldt ook voor hun ouder(s).
Het is belangrijk om vroeg in te zetten op weerbaarheid en dat een belangrijk deel uit te laten maken van hun opvoeding. Hoe zeg ik “neen”? Waar is mijn grens? Wat is mijn verantwoordelijkheid en wat hoort bij de ander?
Ook werken aan bewust-zijn, is een belangrijk thema. De wereld bestaat uit zwart en wit en grijs. Niet iedereen is even bewust. Niet iedereen volgt een zelfde groeiproces. We hebben allemaal onze werkpunten, onze gevoeligheden, …; wat telt, is hoe we ermee omgaan...
Inzetten op zelfredzaamheid en zoeken naar eigen oplossingen. Ga in gesprek met jouw kind en vraag hen wat zij als oplossing zien.
Deze kinderen hebben nood aan informatie, aan tools om met hun gevoeligheden en hun anders-zijn om te gaan.
We geven vaak niet graag stempels mee aan onze kinderen, maar je kan niet om hun anders-voelen heen. Als ze zich zo al voelen, heeft het geen zin om dit te gaan ontkrachten of te negeren.
Daarnaast lijken stempels de vrijheid te beknotten, maar het tegendeel kan waar zijn. De “stempel” kan een weg zijn naar hun vrijheid. Omdat bewustzijn de weg is naar groei. Vrijheid zit daarentegen niet in een naam, in een woord. Zelfkennis en Jezelf kunnen zijn maakt juist vrij.
Trauma's en leerstoornissen
Vaak liepen deze kinderen (een) trauma(s) op in de jonge kindertijd, op een moment wanneer ze te jong zijn om zaken te plaatsen. Als we “trauma” lezen, denken we vaak aan zware situaties zoals misbruik, rouwverwerking, … . Maar het “trauma” waar ik het over heb, hoeft niet zo dramatisch te zijn. Het trauma zit hem in de inpakt die de gebeurtenis op hen heeft, op de intensiteit van de gevoelens die met deze gebeurtenissen gepaard gaan.
Omdat deze kinderen alles heel intens ervaren en er nog niet over kunnen praten.
Trauma's in de vroege kinderjaren zouden ook gepaard kunnen gaan met de ontwikkeling van leerstoornissen. Leerstoornissen maakt het des te moeilijker voor hen om in een gewoon systeem te passen. Het geeft hen nog eens een extra gevoel van “er niet bij te horen”.
Heb je een betrokken lagere school, is dat een zege. Maar vaak weten scholen het ook niet goed. Naar het middelbaar toe, wordt er dan weer veel minder aandacht aan besteed. Dit wil dan ook wel eens zeggen dat deze kinderen/jongeren niet terecht kunnen in het reguliere onderwijs, desondanks hun capaciteiten.
Het schoolse systeem is er voor kinderen en jongeren die “normaal” zijn. En wat is dan “normaal”? Gemiddeld of hoog intelligent, niet te empatisch, niet te sensitief, en best nog van een gemiddelde tot goede afkomst en die een vrij rustig en stabiel leven lijden. Hoeveel kinderen zijn er zo nog deze tijd?
Persoonlijk doet mijn hart pijn te moeten ervaren hoe weinig ervaren het schoolse systeem hierin is en het raakt me nog meer om te beseffen hoe weinig alternatieven er voor deze kinderen zijn.

Omdat ik merk dat er voor deze kinderen te weinig voor handen is en deze kinderen echt wat extra steun kunnen gebruiken, creëerde ik psycho-educatie met oefeningen voor ouders/opvoeders om samen met hun kind te doen.. Je vind weldra terug in de bibliotheek. Wens je hiervan op de hoogte gehouden worden, laat me dan een bericht na.


Opmerkingen